zaterdag 21 mei 2016

Lamlendig in de lente, of zin in zomer?

Caelyx - mooi hè?


Drie weken geleden heb ik chemo 4 gekregen. Op tijd, en de normale dosis. Het hing er nog even om, omdat ik huidklachten had en mijn stolling behoorlijk was verslechterd (trombocyten 87), maar binnen 3 dagen was dit weer bijgetrokken (141).

Ik voel me inmiddels wat vaker moe. Het kan zijn dat dit komt door mijn inmiddels toegenomen bloedarmoede (Hb 5,9). De chemo zelf zal ook een rol spelen. Wat nou wat veroorzaakt is natuurlijk moeilijk te bepalen. Ik heb nagedacht of het de psyche zou kunnen zijn. Maar zeker sinds ik aan mijn handicaps gewend begin te raken heb ik eigenlijk geen noemenswaardige psychische klachten.

Hoewel, er zijn wel twee dingen die ik doodvermoeiend vind. Wat heel storend was, is dat ik een nieuwe bijwerking heb. De huid wordt steeds roder en gaat open op plekken van druk, wrijving, of (zelfs lichte) broei. De dermatoloog duidde het als een 'direct toxisch effect van de Caelyx'. Dat houdt in dat de chemo in mijn huid gaat zitten op plekken die meer doorbloed zijn, en daar schade veroorzaakt. Het lijkt wel wat op eczeem. Het doet pijn. Dat is natuurlijk niet fijn. Maar wat nog veel onprettiger is, is dat allerlei dingen die me energie geven erdoor beperkt worden. Wandelen (drukplekken schoenen), sauna (verhoogde doorbloeding van de huid), in de zon komen, enzovoorts. Maar ook de meest normale dagelijkse dingen zoals douchen met warm water of het dragen van een BH met beugel geven ineens problemen. Insmeren helpt tegen de pijn en jeuk, maar dan mag ik ook weer niet te hard wrijven. Zucht. Cliffhanger: inmiddels is het wel verbeterd! Daarover de volgende keer meer.

Het tweede is, dat ik een dagtaak heb aan patiënt-zijn. Voordat ik de deur uit ben, moeten pillen worden geslikt, fysiotherapie-oefeningen gedaan, gekatheteriseerd, iets met stomazakjes, huidproblemen behandelen, enzovoorts. Ik vind het echt lastig om op tijd ergens te zijn. Ik stel mijn planning steeds bij, maar blijf onderschatten hoeveel langer ik bezig ben dan vroeger. Vooral in de week na de chemo is dit erg. Dan is alles wat van mijn lijf komt giftig waardoor ik ook nog na elk bezoek de WC moet poetsen.

Met de handicaps gaat het inmiddels goed. Hoewel ik nog wel tegen problemen aanloop in nieuwe situaties (bijvoorbeeld ineens een vol stomazakje tijdens dodenherdenking) is de dagelijkse routine goed te doen. Even leek het er nog op dat ik een stomabreuk had opgelopen, maar dat was gelukkig niet zo. Wel bleek mijn breukband verkeerd aangemeten, waardoor ik nog even niet kan sporten en tillen. Komt wel goed. 
Toen ik dacht dat ik een hernia had, merkte ik dat de wereld niet verging, dus ik ben er nu ook minder bang voor. Ook leer ik 'het nieuwe normaal' van mijn lijf-met-stoma steeds beter kennen. Dat is dan weer het voordeel. Want de hele dag op mijn hoede zijn, omdat ik nog niet goed wist wanneer het oppassen geblazen is en wanneer niet, vond ik erger dan het stoma zelf.

Op 22 april is Martine geopereerd (kijkoperatie, baarmoeder met vleesboom verwijderd, goed verlopen). Nu had zij verzorging nodig en mocht zij niet tillen! Gelukkig was dit vlak voor mijn chemo, dus kon ik de meeste zorg zelf doen. Ik vond het fijn om te doen. Het was prettig weer eens iets te kunnen betekenen voor een ander. Wel was enige inventiviteit en hulp nodig. Ik mag zelf ook niet veel tillen, dus: elke dag een paar boodschappen. Buren die de vuilniszak deden (lief!). En na mijn chemo zaten we als kneusje en kneusje samen in de lappenmand en was het heel fijn dat vrienden kwamen koken. Het gaat inmiddels snel beter met mijn lief, zodat we op 5 mei konden dansen op het homomonument en op 6 mei het 20-jarig bestaan van onze relatie hebben gevierd!

En nu? Nog 2 chemo's te gaan, over 1 en 5 weken. Dan opknappen en eindelijk weer eens op vakantie. Hoe het daarna verder moet ga ik bespreken met o.a. de bedrijfsarts. Het is wel een beetje ingewikkeld, omdat de prognose zo onduidelijk is. Ik heb die geloof ik nog niet met jullie besproken sinds de ziekte weer terug is. Wat ik erover kan zeggen, is dat ik ervan uit moet gaan dat ik aan deze ziekte doodga. Het is alleen niet zo duidelijk wanneer. Als deze chemo goed aanslaat, kan het een paar jaar duren voor de kanker terugkomt. Als we het dan behandelen zou het weer een hele tijd weg kunnen blijven. Maar het kan ook snel weer terugkomen. Rondom mijn operatie hebben we natuurlijk al kunnen zien hoe snel dingen ineens mis kunnen lopen. De randen van het verwijderde stuk darm waren niet tumorvrij. De vaginatop waarschijnlijk ook niet (die was niet te herkennen in het materiaal dat naar de patholoog ging). Dat betekent dat als het terugkomt, het op een vervelende plek kan zitten, die niet heel makkelijk meer te opereren is. Anderzijds heeft het indertijd op meer plaatsen gezeten die na de eerste operatie niet tumorvrij waren. Op die plekken is het dit keer niet teruggekomen. Dus het blijft gissen hoe de toekomst zal verlopen. Dat maakt het voor mij lastig om te bepalen hoe ik me daartoe wil verhouden en wat voor keuzes ik wil of kan maken.

Zin in zomer of lamlendig in de lente? De titel komt van een ex-collega die me vroeg hoe ik me voelde. Ik ga dingen doen die ik nog wel kan. Lekker zwemmen in het buitenbad met een pakje aan tegen de zon. Fietsen en een paar dagen Oerol met factor 50 op. We zijn al begonnen met het ontdekken van de wijken van de stad waar we normaal nooit komen. Wonderlijk, hoeveel mooie onbekende plekjes je eigen stad nog blijkt te herbergen. Ik wist niet dat ik mijn eigen stad en mijn vooroordelen daarover zo slecht kende. Dus - tja, een tikje lamlendig in de lente, maar toch vooral ZIN IN de ZOMER!


Liefs, Cato

zaterdag 2 april 2016

Elk nadeel...



Tot mijn grote verbazing heb ik donderdag mijn derde chemokuur gekregen. Ik had eigenlijk verwacht dat hij uitgesteld zou worden, omdat na één kuur mijn afweer al zo in elkaar was geklapt. Maar mijn afweer bleek zelfs iets verbeterd.

Behalve – misschien - van de bloedarmoede, merk ik niks van die kenterende bloedcellen. Ik houd wel rekening met mijn lage weerstand, zo probeer ik niet te dicht bij zieke mensen in de buurt te komen en mijd ik grotere groepen een beetje. Tegelijkertijd bleek een medepatiënte niet met haar dochter naar de bioscoop te gaan - terwijl ze dat heel graag wilde! Ik geloof dat ik wel zou gaan, maar van de deurknoppen af zou blijven.

De verdere bijwerkingen zijn heel draaglijk. Mijn ziektegevoel na de vorige kuur verbeterde zeer na het nemen van het nieuwe middel (Aprepitant). Het is een middel tegen de misselijkheid, maar ook de wazigheid en de algehele malaise bleken er goed op te reageren. Fijn, fijn.
Wel ben ik erg in de rui, het hele huis ligt vol met mijn haren. En ik heb het hand-voetsyndroom graad 1: mijn vingers zijn rood, glad, en wat prikkelig. Vet en koel houden helpt, maar ik neem de adviezen van de fabrikant niet meer zo serieus als na de eerste kuur. Van moeheid heb ik, met voldoende slaap en dosering van activiteiten, geen last.

De zelfkatheterisatie gaat goed, maar het zelf plassen verbetert tot nu toe nog niet echt verder. Meestal heeft na 2-3 maanden (nu dus) het herstel wel plaatsgevonden. De kans is dus groot dat het (deels zelf plassen, deels katheterisatie) zo blijft. Voordeel is, dat het geen moeilijke of erg tijdrovende activiteit meer is. Nadeel is, dat ik altijd spullen en voorzieningen nodig heb.
De stoma-/ continentieverpleegkundige denkt dat mijn bekkenbodemspieren mogelijk verdere verbetering tegenhouden. Dat ik er als het ware zelf een kurk op zet. Voor mij voelt dat niet zo. Ik had nooit bekkenbodemproblemen, en de bekkenfysiotherapeut vond vier weken geleden dat ik een goede spiercontrole had. Toch adviseerde de uroloog verder onderzoek. Helemaal uitsluiten wil ik een rol voor de bekkenbodem ook niet. Ik weet wel dat ik helemaal op slot sloeg toen ik net het fistel had en de poep overal uitkwam. Misschien werkt daar nog iets van door. Het zou voor mij wel een beetje ‘sukkelig’ voelen, als ik het zelf ‘doe’ (en het niet doorheb). Tegelijkertijd is er dan wél iets aan te doen, en dat zou mooi zijn.

Het fistel lijkt wel steeds iets verder te verbeteren. Ik had er een week meer pijn aan en er kwam wat rommel uit nadat ik in een bubbelbad had gezeten. Dat mocht van de stomaverpleegkundige, maar ik doe het mooi niet meer. Na die week knapte het gelukkig toch weer op.
Ik hoop zo dat het dichtgaat. Ik was zelfs seks helemaal aan het vermijden. Dat is niks voor mij, maar ik wilde het gewoon niet meemaken, hoe het veranderd was. Toen ik daar achter kwam heb ik mezelf een schop onder de kont gegeven en hebben we een afspraakje gepland. Het was heel fijn, intiem, en ik was niet verdrietig, maar voor mij was het seksueel gezien wel inderdaad veel minder lonend dan vroeger. We zullen andere manieren moeten gaan verzinnen, en daar heb ik niet op elk moment even veel zin in. Als ik niet oppas voelt het als ‘weer een project’, weer iets waar ineens over nagedacht moet worden.
Ik vind het lastig om dit op te schrijven. Het voelt zo kwetsbaar. Ik doe het toch, omdat ik het een onderwerp vind dat het verdient om besproken te worden.

Het stoma leverde nog wel enige paniekmomenten op. Nadat het ‘roosje’ ietsje verder naar buiten stond was ik een ochtend helemaal bang om een prolaps te krijgen (dan schuift de darm van binnen in het stoma, zodat je een soort slurfje ontwikkelt – doe maar niet ‘google afbeeldingen’). Gelukkig hielp uitleg van de stomapleeg.
Vervolgens was ik bang een parastomale hernia te hebben. Dat is een soort liesbreuk, maar dan langs het stoma. Je kunt dat o.a. zien aan de vorming van een soort bobbel om het stoma heen. Mijn buik is aan de kant van het stoma wel ‘een bobbel’ geworden, dus ik was een dag lang helemaal bang dat ik al een hernia had opgelopen vlak na de operatie. Toen de stomaverpleegkundige het uiteindelijk nakeek bleek dit niet het geval. Wel zal ik altijd moeten blijven oppassen voor het verhogen van de buikdruk (bukken, tillen, sporten). Wat helpt, is goed trainen van de buikspieren en het dragen van een breukband bij zwaardere activiteiten. De laatste is 2 weken geleden aangemeten, en ik ga volgende week beginnen met fysiotherapie. Trainen als een atleet, leven als een oma. Toch blijft de kans groot dat ik vroeger of later zo’n hernia oploop.

Als je de momenten van sukkeligheidsgevoel, seksuele frustratie, en parastomale paniek niet meerekent, gaat het eigenlijk goed met mij. De lente legt een goud met groen waas over alles, zo ook over mijn stemming. Ik wandel en fiets, spreek af met vriendjes, en zwem alweer in de snelle baan. Zit op de bank in het zonnetje al jullie lieve mailtjes en kaartjes te lezen.

Daar heb ik dan weer alle tijd voor. Elk nadeel heb z’n voordeel.


Liefs, Cato

zaterdag 5 maart 2016

Vaarwater



Eergisteren heb ik chemo nummer 2 gehad. Het hing er nog even om, maandag was mijn afweer nog te slecht (voor de dokters: neutrofiele granulocyten 0,75). Die was gisteren ook nog niet helemaal goed (0,92 i.p.v. 1), maar de oncoloog vond dat de kuur toch door kon gaan. Ik baalde er wel een beetje van, want ik had me al voorbereid om lekker met m'n zusje de sauna in te gaan. Bovendien vind ik het een beetje eng om met zo'n lage waarde de volgende ronde in te gaan, want tijdens de vorige serie kuren kreeg ik toen 'neutropene koorts' - koorts bij te weinig afweer - en moest ik het ziekenhuis in.

Ik ben niet ontevreden over hoe de vorige kuur viel. Ik was behoorlijk ziek op dag 2-4 na de kuur; misselijk, wazig, slecht kunnen eten, af en toe overgeven, algehele malaise. Maar ik vond het goed te overzien en zeer draaglijk. Het lukte zelfs wel om elke dag een half uur te gaan wandelen. Maar ik kon ook uren met gesloten ogen op de bank zitten, ziek zijn. Ditmaal zal het wel net zo gaan. Ik heb er alleen een extra middel tegen de misselijkheid bij, Emend, 70 euro voor 3 pillen. Ik hoop dat het het waard is.

Ik hield heel braaf mijn handen en voeten zo koel mogelijk, tegen het hand-voet syndroom. Maar die voorlichting bleek helemaal niet te kloppen toen ik het navroeg bij de oncoloog. Ze vertelde dat oncologen wereldwijd 3/5e van de geadviseerde dosis voorschrijven, omdat anders iedereen dat syndroom oploopt. "Ze zeggen dat alleen zodat ze jou de schuld ervan kunnen geven als je het krijgt" zei mijn oncoloog getergd. "Gewoon lekker onder je dekentje kruipen hoor!"

Fijn. Ga ik doen.

Buiten de ziekste periode om gaat het eigenlijk heel goed. Het vaarwater kan nog wild zijn, maar ik kan het overzien en bevaar het rustiger. Ik heb een slechte afweer maar daar merk ik niks van. Ik ben wel moe als ik teveel doe, maar het lukt meestal wel om de 'te' van veel af te houden. Als ik ziek ben is mijn concentratie slecht, maar daarbuiten om lukt bijvoorbeeld verkeersdeelname goed. Mijn handicaps beginnen te wennen, een stomazakje wissel ik al in 10 minuutjes, ik heb tot nu toe geen lekkages gehad, en het zelfkatheteriseren lukt nu op gevoel, en ook buitenshuis, zelfs als er geen invalidentoilet is gaat het wel. Ik ben zelfs aan het oefenen met wildplassen onder de douche! Wel ben ik soms nog even heel verdrietig als ik bang ben dat bepaalde dingen (tillen, rugzaktrekken, snorkelen) met stoma en fistel niet meer zullen kunnen in de toekomst. Maar - lang leve google, forums en de stomapleeg - er blijken deels wel oplossingen te zijn.

Ik spreek veel af met vrienden en ben even bij mijn oude stageplaats langs geweest. Wel vreemd, want ik kwam langs op de dag dat ik anders afscheid zou hebben genomen om naar de volgende stage te verhuizen. Nu is dat afscheid er eigenlijk een beetje 'half' geweest en weet ik niet wat mijn volgende plek wordt. Dat voelt wel een beetje ontworteld. Ik mis ook wel een beetje de andere rollen in mijn leven. Ik heb niet echt ruimte om veel andere rollen te vervullen dan die van patiënt, maar daardoor maak ik weinig anders mee. Daarom geniet ik ook erg van het contact met vrienden en ook werk, de normale verhalen, ze verbreden mijn horizon weer wat en zijn goed tegen navelstaren.

Ik wandel en fiets de meeste dagen, en ik zwem weer. Mijn gynaecoloog was tegen, ze was bang voor ontsteking van het fistel door zwemwater. Van de chirurg mag zwemmen in chloorwater echter wel. Ik heb het toch maar gedaan, op eigen risico, en merk tot nu toe geen negatieve effecten. Met het fistel lijkt het wel de goede kant op te gaan.

De sauna deed ik van alle 'moeilijke' dingen het eerst weer. De eerste keer ging goed, maar de tweede keer zat ik toch op m'n bankje te huilen omdat ik heus wel weet dat er erg naar me gekeken wordt. Ik voelde me zo anders. En niet-bloot. De derde keer echter kwam er een vrouw op me af met tranen in haar ogen, dat ze me zo moedig vond. Ze had zelf een stoma gehad en liet het litteken zien. "Goed zo", zei ze "ik durfde niet. Maar jij heb schijt aan dronken Naatje". Het is natuurlijk niet waar dat ik overal schijt aan heb, de keer ervoor zat ik nog te huilen. Maar ik herinnerde me dat ik jaren geleden zelf een vrouw in de sauna had gezien met een zakje op haar buik, en dat dat mij toen inspireerde om... als het mij ooit mocht gebeuren... naar de sauna te blijven gaan ook al is dat misschien even doorbijten.

Oorspronkelijk had ik in de lente naar een van mijn beste vriendinnen in Stockholm gewild. Ook dat is toch nog gelukt. Last minute een weekendje. Het had nog wel wat voeten in de aarde om handalcohol en een stomaschaar de cabine in te krijgen, maar het bleek te kunnen. Voor mij was dat wel een mijlpaal, want zoals ik al schreef word ik vooral verdrietig als ik bang ben beperkt te worden in wat ik graag wil doen, en ik ben echt dol op reizen. Eerste horde genomen!

Als ik het zo lees is er toch eigenlijk heel veel gebeurd in een maand tijd. Wat kunnen dingen toch snel veranderen. Na de operaties zag ik het echt af en toe niet meer zitten, maar nu heb ik echt mijn oude geluksniveau weer terug. Hoe flexibel, de menselijke geest. Wonderbaarlijk.

Rest mij jullie te danken voor al jullie warmte, die ik in zoveel vormen krijg. Ik reageer niet altijd, maar ik wil graag dat jullie weten dat ik blij met jullie ben.


Liefs, Cato

zaterdag 6 februari 2016

Operatie, complicatie




Lieve allemaal,
Er is veel gebeurd sinds midden december. Ik ben geopereerd, wat op zich goed ging (een ‘complete debulking’) maar er zijn veel complicaties opgetreden. Ik ben nu een blaasledigingsstoornis, een rectovaginale fistel en een stoma rijker.
Sinds 3 weken ben ik weer thuis, donderdag 4 februari ben ik begonnen met chemo.
Om praktische redenen kozen Martine en ik ervoor om vrienden en familie op de hoogte te houden met mails i.p.v. via dit blog. Ik plaats de mails hieronder, zodat jullie weer ‘bij’ zijn.
Liefs, Cato



Opname
Woensdag 16 december 2015

Bij deze wil ik jullie melden dat de operatie al komende vrijdag 18 december plaats zal vinden. Ik zal donderdag de 17e (morgen dus al!) rond 14.00-14.30 uur worden opgenomen in het ziekenhuis. De volgende dag word ik waarschijnlijk rond 10.00 uur geopereerd. 

De verwachting is dat de operatie 3 tot 5 uur zal duren, waarna ik nog enige tijd op de verkoever zal doorbrengen totdat de pijnbestrijding et cetera goed is ingesteld. Dan zal ik naar de afdeling gaan. 

Martine zal jullie per mail inlichten. Afhankelijk van de omstandigheden zal dat mogelijk pas de volgende dag zijn, je hoeft je dus niet meteen ongerust te maken als je niet op vrijdag al wat hoort.

In principe blijf ik een week opgenomen.

't Is mooi dat het ding eruit gaat, want de laatste 2 weken en vooral de laatste 2 dagen begin ik ook echt klachten te krijgen. Dus ik zal graag van deze 'grapefruit' bevrijd zijn. 
Ik zag ook tegen de operatie op; ik ben mij nogal bewust van de ongewisheid - alle mogelijke uitkomsten, complicaties, het ziekbed na de operatie - en van het feit dat ikzelf over proces en uitkomsten echt helemaal niks te zeggen heb. Maar op dit moment heb ik van deze zaken eigenlijk geen last meer. Ik ben de afgelopen week op stilteretraite geweest bij Johan Tinge (voor de spiri's onder jullie: aanrader), waarin het ziek zijn en de operatie in vele vormen is langs geweest, dat was wel een goede voorbereiding wat mij betreft.

Maar wellicht krijg ik morgen alsnog een hysterische toeval, wie zal het zeggen. Na de vorige operatie lag er iemand naast me die dat overkwam. Het had wel wat. Mocht dat zo zijn dan zullen ze er wel een oxazepammetje instoppen denk ik, dus dat komt dan ook wel weer goed.

Voor nu veel liefs,
En, last but not least: het lukt me niet iedereen te antwoorden, maar bedankt voor al die superlieve kaartjes en mailtjes die ik nu al kreeg!

Cato

P.S: (lachen mag) Heeft er iemand een rollator te leen voor de weken na de operatie? Dan kan ik wat gaan wandelen en onderweg even gaan zitten. Dat haalt een meisje weer van de bank, en het kan nooit kwaad alvast te oefenen met bejaard zijn.



Operatie
Vrijdag 18 december 2015

Cato is vanochtend om 9.00 rustig en met vertrouwen richting operatie gegaan, na een goede nacht te hebben geslapen.

Om 15.15 werd ik door de specialist gebeld (waarschijnlijk terwijl ze nog in de operatiezaal was) dat de operatie klaar was. Alles bij elkaar heeft het zo'n 6 uur geduurd en er zijn nog 2 andere specialisten bij gehaald om weer een top prestatie te leveren bij Cato. Om 15.45 is ze op de verkoever aangekomen waar ze in ieder geval de komende uren nog zal blijven.

De tumor was fors gegroeid (bijna verdubbeld in een paar weken) en zat helemaal vast, o.a. aan de endeldarm. Ze hebben een stuk van haar darm moeten verwijderen maar een stoma was niet nodig. De blaas enzo zijn, voor zover nu bekend, intact gebleven. En er zijn geen uitzaaiingen gevonden. Verder werd gemeld dat ze veel bloed heeft verloren. 

Tot zover de informatie waar ik op dit moment over beschik. 

Nu maar duimen dat er geen complicaties optreden.

Vriendelijke groet,
Martine



Na de operatie
Maandag 21 december 2015

Cato heeft de afgelopen nachten goed geslapen en voelde zich zaterdag redelijk goed. Wel was ze snel overprikkeld (of hoe je het ook wilt noemen) wat zich uitte in misselijkheid en braken. Zondag was een zeer slechte dag. De darmen kwamen niet op gang en ze was heel ziek. Vandaag voelde ze zich lichamelijk beter maar reageerde ze psychisch heftig op een medicijn waar ze gisteravond mee zijn gestart. Die zijn inmiddels weer gestaakt en toen ik zojuist bij haar weg ging leek het weer wat beter met haar te gaan. Ze heeft zich al (zittend) kunnen douchen en een stuk gelopen. Drinken is nog niet noemenswaardig en eten (wat wel mag) lukt nog niet vanwege de misselijkheid. Het is een continu en steeds veranderd proces wat veel vraagt van haar aanpassingen wat ze tot nu toe heel erg goed doet. Ze is nog niet uit de gevarenzone maar so far, so good.

Liefs, Martine



Thuis
Vrijdag 25 december 2015

Ditmaal weer een mailtje van mijzelf. Ik ben gisteravond thuisgekomen.

Het had nog wat voeten in de aarde, omdat mijn blaas het niet goed meer doet. Hij houdt de urine binnen. Dat kan soms 'gewoon' voorkomen na zo'n grote buikoperatie. Soms kan het ook een teken zijn dat de plexus (zenuwknoop) die de blaas aanstuurt beschadigd is. Dat zou bij mij kunnen omdat ze erg naar achter/ beneden/ links door hebben moeten graven om de tumor zo volledig mogelijk te verwijderen.

Om toch te kunnen plassen moet ik nu zelfkatheteriseren. Dat gaat met een minikatheter die als een soort pen wel in het handtasje van de gemiddelde dame (?) past, en dat moet ik elke 3 uur doen. Ik kon het wel, met wat hulp, maar voelde me er nog erg onzeker in. Gelukkig dacht Martine wel dat ze me ermee zou kunnen helpen toen ze zag hoe het ging, ook bij darmkrampen en ontij, dus toen hebben we de stap naar huis aan het einde van de dag toch gemaakt.

En daar ben ik heel blij om. Ik vond de ziekenhuisopname echt ongelooflijk heftig. Dag 1 ging nog wel. Op dag 2 vielen mijn darmen stil en kon ik alleen nog maar verschrikkelijk ziek zijn en braken. Ik zag geen lichtpuntjes. Op dag 3 raakte ik in de war van de morfine zodra ik mijn ogen sloot en kreeg ik mijn psychiatriecollega's aan het bed. Op dag 4 begon ik iets op te knappen maar voelde ik me erg vol en hevig onrustig – dat bleek dus te komen doordat ik niet voelde dat de blaas zich maar vulde en vulde tot uiteindelijk 800 ml.

En nu thuis... ik heb meteen veel meer energie, oefen me suf met trapjes lopen, en de misselijkheid is erg afgenomen - ik vermoedde al dat die deels vermomde-ziekenhuis-afkeer was. Ik voel me echt veel beter en functioneer ook beter. Wel heb ik nog duidelijk veel bloedarmoede, ik zie lijkbleek en bij het oplopen van een trapje schiet mijn hartslag naar 180. Maar dat komt wel weer goed.

De uitslag van het weefsel is binnengekomen; eierstokkanker. Chemo's zullen gaan volgen.

Toen ik thuiskwam regende het, het was koud. Van het plein verderop klonken kerstliedjes door een blaasorkestje met zingende buurtbewoners. Ik moest keihard huilen en wilde per se even gaan kijken. Martine nam ons Cato-is-gehandicapt-krukje mee en daar gingen Jut en Jul kerstliedjes meehuilen. Wat was het fijn om de heldere kou van de regen te voelen. Een bijzonder mooie thuiskomst.

Voor jullie allemaal: fijne feestdagen en alvast een heel mooi 2016!

Liefs, Cato



Wat een kutleven
Maandag 4 januari 2015

Ik heb geen goed nieuws. Ik ben weer opgenomen en zal geopereerd worden. Reden: er komt poep uit mijn vagina. Dat betekent dat zich door een ontsteking een verbinding (fistel) heeft gevormd tussen de endeldarm en de top van de vagina. 
Ik kan alleen maar walging en boosheid voelen, soms angst bij alle onderzoeken en prikken, en soms op een moment van rust heel veel verdriet, waar geen einde aan lijkt te komen. Ook verlang ik enorm naar iets te drinken, ik mag dat nu al vanaf vanmorgen niet. Heb nu net een infuus gekregen maar dat helpt nog niet erg.
Ik moet zeggen; ik voel me niet eens heel veel slechter dan de afgelopen week want hoewel het fijn was thuis te zijn voelde ik me al vanaf het eerste weekend ellendig. Er moet om de 4 uur gekatheteriseerd worden, ook 's nachts. En mijn darmen verzinnen al sinds het ontslag dat een stuk of 30 keer per dag een prima frequentie is en dat iets als ophouden 'zoooooo 2015' is. Dat beperkte mijn actieradius tot 5 meter van een WC en mijn langst geslapen slaap tot een uur of 3,5, meestal korter door de darmen. Ik wás al op, ik ben nu alleen nog maar opper, ik kan er niks meer bij hebben. Wat ik naar vind, is dat ik er zo egocentrisch van word, dat ziek zijn. Alles draait om mij. Het lukt me niet meer goed contact te maken.
Voor Martine is het ook zwaar. Ze is lief en geduldig, maar er is geen dag dat er niet iets met mij is. Katheteriseren lukt sinds mijn beenspiegel gelukkig zelf, maar ondanks dat heeft Martine nog nauwelijks ruimte om dingen voor zichzelf te doen, er komen steeds dingen tussendoor. Ook moet zij het stellen met mijn verdriet en boosheid, wat ook niet altijd makkelijk is. 
De chirurg gaf de keuze tussen het herstellen van de naad, waarbij het risico op mislukken groot is doordat je opereert in geïnfecteerd gebied. Andere 2 opties: een tijdelijk stoma en het herstellen van de darmnaad, kans op naadlekkage ongeveer 10 %. Of een permanent dikke darm stoma, kans op naadlekkage ongeveer 1%. Ik koos voor het laatste. Maar na consultatie van de chirurg die de naad aanlegde blijkt dat niet te kunnen. Het laatste deel van de darm kan niet 'afgehecht' worden want dan heeft de vagina te weinig steun aan de achterkant. Normaal vullen ze dat met een deel van het vetschort maar dat is bij mij bij de vorige operatie al weggehaald. Bovendien is de afdalende dikke darm zodanig los gemaakt dat daar geen stoma van gemaakt kan worden, dan sterft hij af.
Dus wat ze nu gaan doen is een (tijdelijk) stoma maken van de dwarslopende dikke darm en daarmee de fistel rust geven. Ze proberen de fistel ook soort van af te dichten.
Jullie denken misschien 'wat erg, een stoma'. Mij lijkt het een zegen. Ik wil niet weer een naadlekkage, ik ben er te ziek en te ellendig van. En poep uit je vagina, gatver gatver gatver. Bovendien is een dikkedarmstoma wat makkelijker in de verzorging dan een dunnedarmstoma, dus dat scheelt. Ik ben ook eigenlijk nooit zo bang voor een stoma geweest, katheteriseren leek me veel erger. Nou, dan krijg ik nu 2 voor de prijs van 1.
Waarschijnlijk is woensdag de operatie.

Veel liefs, Cato 



De betekenis van ‘patiënt’
Woensdag 6 januari 2015

Vandaag heb ik de hele dag niets gegeten of gedronken in afwachting van de operatie. Rond vijven bleek dat deze niet doorging, vanwege een storing van de computers, uitloop van de operatie ervoor en daarna iemand met een scheur van de grote lichaamsslagader.
Niemand kon er iets aan doen, en dat laatste is toch echt acuter dan wat ik heb. Toch vond ik het wel echt even heel stom.
Morgen opnieuw, afwachten of het lukt me ertussen te krijgen. Ik heb code S3 (opereren binnen 24 uur na aanmelding, voor wat het waard is) S1 en S2 gaan altijd voor. Ik hoop met grote hoop. En wacht - nu weer geduldig - af. De betekenis van het woord patiënt. Boeddha zou het wel een goede oefening vinden, ik ben er bij tijd en wijle echt klaar mee. Maar nu gaat het wel weer.

Liefs, Cato



Operatie 2
Donderdag 7 januari 2016

Vanmiddag is Cato weer geopereerd.  Gelukkig door dezelfde specialist die ook de vorige keer haar darmen heeft gedaan.  De (tijdelijke) stoma is aangelegd en kon toch wel links onder in haar buik geplaatst worden. Het is een colostoma transversum. De ‘kleine’ naadlekkage vanuit de darm is gehecht en getest en lijkt nu dicht te zijn.  Haar buik was verder schoon. De operatie heeft 3 uur geduurd en is zonder complicaties verlopen.

Vanavond ben ik bij haar geweest op de verkoever. Cato was goed aanspreekbaar en  ze voelde zich ook goed.  De eerste windjes lieten zich al horen wat bij ons beiden een lach op ons gezicht gaf. Ze kan nog niet naar zaal omdat haar bloeddruk nog te laag is. Dit komt waarschijnlijk door de pijnmedicatie die ze krijgt.  De verwachting is dat ze later op de avond wel terug naar de afdeling kan.

Na zo’n operatie is de opname duur doorgaans nog 5 dagen. 

Tot zover mijn berichtgeving.

Liefs, Martine



Weer thuis
Donderdag 14 januari 2016

Ik ben sinds gisteren weer thuis, tot mijn en mijn lijfs grote genoegen. Eetlust beter, ik klim weer een trappetje, vriendin op bezoek. Heerlijk.

Uiteindelijk moest ik de nacht op de verkoever blijven na de operatie omdat mijn bloeddruk vond dat ik in shock was (80/40). Ik zelf en ook de anesthesieverpleegkundige vonden van niet, maar ja, die metertjes. Feit is wel dat ze dat ze er zorgvuldig mee om wilden gaan vanwege de mogelijk infectie in mijn buik. Voor de doorbloeding van mijn organen wilden ze daarbij mijn bloeddruk wat oppeppen (met 'nor') en op een gewone afdeling kunnen ze dit soort dingen slecht in de gaten houden, dus ik vond het wel goed en terecht dat ze me even hielden.

De drie daaropvolgende dagen gingen best redelijk. Toch ben ik een dagje langer opgenomen geweest dan verwacht. Dat had met name te maken met iets dat bij mij wel na elke operatie lijkt te gebeuren; de darmen die traag op gang komen. Mensen zeggen wel eens tegen me dat ik 'iets traags' heb, kennelijk geldt dat ook voor mijn darmen. Het levert buikpijn maar vooral veel braken op. Tegen maandagavond voelde ik me daar zo ellendig bij dat ik er niet meer 'overheen' kon kijken en de pil van Drion oprecht een aanlokkelijk vooruitzicht vond. "Dat is nou precies waarom dat ding niet in de vrije verkoop is" zei Martine, die doorgaans toch best liberaal is.
De chirurg besloot tot een maaghevel. Ik zou iedere arts die in een ziekenhuis werkt aanraden er zelf eens een te proberen. Wat een martelwerktuig. Het is continu alsof je net hebt overgegeven en er nog zo'n grote brok achterin je neus zit. En dan nog een beetje erger. Het hielp tegen het braken, maar ik wist niet waar ik het zoeken moest. Gelukkig mocht hij al snel uit omdat de indicatie toch niet hard genoeg was.

Daarna knapte ik snel op. Tegenvaller was dat de overhechting van de fistel het waarschijnlijk niet heeft gehouden. Die fistel heb ik dus nog steeds. Maar de ontlasting gaat via het stoma dus dat scheelt, en hopelijk geneest hij later, met meer rust. 
Er is ook goed nieuws; toen de katheter uitging bleek dat ik weer deels zelf kan plassen! Ik deed nog net geen rondedansje.
Het zelf verzorgen van het stoma ging al snel best goed. Dan prijs ik mezelf toch gelukkig dat ik snel leer. Ik vind 'm soms nog wel engig, kwetsbaar en viezig, maar toch ook wel grappig, dat geproetel en gedoe op m'n buik. Ze zeggen alleen dat je gewoon je oude kleren aankunt, maar dat zie ik nog niet zo voor me. Ik pas bijna niks. M'n skinny moet in de kast blijven vrees ik.

Nu dus thuis. Het liefje werkt deels hier, en vanmorgen was er een vriendin die lekker aan het kokkerellen was in de keuken terwijl ik m'n dingetjes op de bank deed. Heel rustig en vertrouwd, ik heb er erg van genoten. Een van de voordelen van kanker is dat het leven erg vertraagt, en dat daardoor dit soort kleine huiselijke momenten de aandacht krijgen die ze verdienen. Geluk en mooie herinneringen zitten in kleine dingen.

Waarschijnlijk begint volgende week de chemo. Ik laat het nog horen.

Veel liefs, Cato



Chemo
Maandag 18 januari 2016

Vandaag ben ik naar het chemospreekuur geweest. Ik had verwacht dat dat zou zijn omdat ze me deze week al aan de chemo zouden willen hebben. Maar hoewel ze verbaasd was over mijn veerkracht (gisteren anderhalf uur gewandeld), vindt de internist-oncoloog mijn conditie nog te slecht en wil ze de chemo liever starten over een week of twee. Wel terecht denk ik, hoewel een deel van mij het ook eng vindt om later te starten.

De vorige kuren die ik kreeg bestonden uit taxol en carboplatin. Ditmaal gaat het doxorubicine (Caelyx) met carboplatin worden. De bijwerkingen zijn wat minder heftig (geen zenuwuitval, minder vaak haaruitval) en de werking waarschijnlijk even goed. Wel heb ik ooit eens gehoord dat je er een wat raar rooiig kleurtje van kan krijgen, geen idee of dat waar is.

Verder gaat het wel redelijk goed. Ik voel me fijn thuis en bouw mijn activiteiten rustig aan op. 

Tegenvaller was dat ik zaterdag naar het ziekenhuis moest voor een rode zwelling bovenaan mijn operatielitteken. Het leek een abces, maar het vocht (dat eruit kwam na het openbreken van het litteken met een wattenstaafje) was redelijk helder. Er zit nu weer wat vocht in, maar de hoeveelheid en de pijn valt mee, dus na evaluatie door de gynaecoloog vandaag besloten we het even af te wachten.

Mijn conditie is ook nog best wel slecht, die analyse deel ik wel met de oncoloog. In het ziekenhuis heb ik bijna niet gegeten dus ik ben 4-5 kilo kwijt, en heb bijna geen spieren meer. Ik denk dat wandelen het medicijn is dus dat probeer ik wel elke dag te doen. Ook schijn ik veel eiwit te moeten eten dus dat doe ik braaf. Ik neem ook wat extra ijzer om mijn bloedarmoede te helpen verbeteren.

Het fistel lijkt wel redelijk goed te gaan. Pas vandaag kwam er weer rommel uit, nadat het 3 dagen droog was, dus ik heb wel enige hoop dat het stoma de nodige rust brengt. Het stoma zelf verzorgen gaat goed, het valt me erg mee.

Ik modder-wandel weer vrolijk voort, tot de volgende update,

Liefs, Cato



Start chemo
Zaterdag 6 februari

Lieve allemaal,

Donderdag is de chemo begonnen. Ik heb Caelyx gekregen en Carboplatin.
Caelyx krijg ik nu voor het eerst. De meest voorkomende bijwerking is het ‘hand-voet syndroom’, een pijnlijke rode vervelling van handen en voeten die wel een maand kan aanhouden. Om dat tegen te gaan is o.a. het advies om mijn handen en voeten bloot/ koud te houden. Boeh. Ik heb het liever lekker warm!
In Carboplatin zit platina, wat vaak een sterke werking heeft tegen eierstokkanker en na mijn eerdere kuren heeft gezorgd voor het langdurig wegblijven van de kanker.

Tot gisteren voelde ik me wel goed. Maar vandaag ben ik behoorlijk misselijk. Ik verwacht me de komende dagen slechter te gaan voelen, als een soort zware griep, waarschijnlijk vooral op dag 3 en 4 na de kuur.

De weken hiervoor stonden vooral in het teken van herstel. Een eiwit verrijkt dieet en veel wandelen hebben wonderen verricht voor mijn spieren en uithoudingsvermogen.

Het geestelijk herstel is een ander verhaal. De eerste week dat ik thuis was kon ik vaak alleen maar huilen. Ik was vooral verdrietig over wat ik met het fistel allemaal niet meer mag/ kan. Ik mocht van de gynaecoloog niet meer zwemmen, en op het gebied van seks mag penetratie niet, en vervalt orale seks vanwege de hygiëne… Ik merkte ook wel dat ik me vies voelde en dat ik intimiteit zelfs af begon te sluiten, aan mijn schrikreactie te merken toen mijn liefje me een kus gaf. Dat voelt heel naar, want ik wil juist graag dichtbij haar zijn.
Toen aan het einde van die week bleek dat zwemmen volgens de chirurg wel zou mogen (de stomaverpleegkundige vroeg het na), scheelde dat al wat en begon ik me wel weer goed te voelen. Je krijgt standaard van de chirurg helemaal geen nazorg omdat de gynaecoloog hoofdbehandelaar is, maar ik heb daar nu wel om gevraagd, want hij weet toch echt meer van stoma’s en fistels.
Toch hoeft er nog maar iets mis te lopen (stomazak plakt niet, misprikken met katheter) en ik voel me weer heel wanhopig of verdrietig. Dus het is allemaal nog zeker niet verwerkt.

Het was voor mijn liefje heel zwaar. Werken, huishouden, ik steeds van slag. Het draait steeds om mij. Het was zelfs zo zwaar dat ze er even tussenuit wilde zonder mij. Gelukkig lukte het mij om het verdriet even te parkeren, en haar om mij een kans te geven, en zo zijn we heerlijk een nachtje naar Egmond aan Zee geweest, met veel aandacht voor haar. Heel fijn, want zo snel als alles met mij mis kan lopen was ook voor haar wel een grote schok geweest, die ook verwerkt moet worden. Nu was er ruimte voor haar tranen.

Ik hoop dat het vandaag, morgen, overmorgen een beetje te doen zal zijn, en dat ik daarna weer wat op ga knappen. Ik weet niet hoe het zal gaan met deze nieuwe combikuur. We zullen zien.

Mag ik afsluiten met iedereen heel erg te bedanken? Voor alle zorg, warmte, aandacht, liefde, mailtjes en kaartjes en bloemen die mijn kant opkomen. Ik heb niet iedereen persoonlijk bedankt, maar al die fijne aandacht helpt toch erg en ik ben er heel blij mee. Dank jullie wel!

Veel liefs, Cato

woensdag 2 december 2015

Minder PET dan gevreesd...

Vandaag heeft mijn gynaecoloog-oncoloog de uitslagen van de onderzoeken en het behandelplan besproken met mij en mijn liefje.

Het nieuws is zo goed als slecht nieuws kan zijn. Ja, uit de PET-CT van 26 november blijkt dat de bal in m’n buik waarschijnlijk kanker is; hij nam veel radioactief gelabelde glucose op.
Tegelijkertijd is er op de hele scan geen andere plek te bekennen. Dat betekent dat er geen enkele aanwijzing voor uitzaaiingen te zien is. Dat zegt niets over het microniveau, maar een actieve uitzaaiing op het buikvlies of in een klier zou in principe toch wel te zien zijn geweest.
Ik had er al een beetje op gehoopt omdat op 20 november al was gebleken dat de tumormarker (CA-125) volledig normaal is; de waarde is 13. In 2008 had de CA-125 een waarde van 260.

Ik ben nu op de wachtlijst gezet voor een secundaire debulking; het verwijderen van al het mogelijke zichtbare tumorweefsel uit de buik van een patiënte bij wie dat al eens eerder (primaire debulking) is gedaan. Dat doen ze niet vaak, maar omdat het nu op 1 plek zit en de kanker zo lang weg is gebleven, lijkt het toch zinvol om operatief weg te halen wat er weg te halen is.
Mijn arts gaat ervan uit dat de tumor goed van de blaas (voorkant) en de darm (rectum, achterkant) te ‘pellen’ is. Hij zit waarschijnlijk wel vast aan de top van de vagina, dus daar zal wel een stuk van verwijderd worden, meest waarschijnlijk. Ze inspecteren tijdens de debulking standaard regio’s, zoals de klieren langs de lichaamsslagader en andere plaatsen in het bekken en de buik. Als ergens op die standaard plaatsen mogelijke afwijkingen te zien zijn, zullen ze die ook weghalen en laten onderzoeken op tumorcellen.
Risico’s zijn dat
-       De tumor niet van de blaas of de darm te pellen is. Dat kan me een stoma (of twee) opleveren. De kans daarop wordt niet groot geschat.
-       De urineleider(s) beschadigd worden, dat levert problemen op met de afvoer van de urine.
-       De zenuwen van de blaas beschadigd worden, dan lukt plassen niet meer goed.
-       Beschadiging van het lymfesysteem waardoor mijn lymfoedeem (nu goed te overzien) erger wordt. Kans valt mee denk ik, omdat er op de scan geen aanwijzingen zijn voor afwijkingen in lymfeklieren.
Verder kan iedere operatie bloeding of infectie geven.

Afhankelijk van de afwijkingen die het weggehaalde materiaal onder de microscoop (is het eierstokkanker of niet) laat zien, volgt er wel of geen chemo. Ik ga er vanuit dat die wel zal volgen, omdat ik denk dat het wel eierstokkanker is.

De prognose is lastig, mijn gynaecoloog kent maar een paar patiënten zoals ik. Ze gaat ervan uit dat ik in elk geval nog wel lange tijd meekan, had het al over “over 10 jaar”. We zullen zien.

Emotioneel gaat het goed met mij, en ook met mijn liefje. We wennen langzaam aan het idee dat er weer kanker is. We slapen allebei goed, en genieten van tijd samen. We zijn een weekendje gaan lopen in Duitsland.

Ik zie wel wat op tegen de operatie, maar ook dat idee begint al wat te wennen. Als chemo zou volgen, ga ik daar denk ik ook wel tegenop zien, maar dat staat nu nog niet op de voorgrond. Wel heb ik de neiging me soms zorgen te maken over het vervolg van mijn opleiding, bij deze forse kink in de kabel. “Hoe moet dat nou allemaal verder”. Ook vind ik het lastig de afwachtende rol van patiënt op de ene dag te combineren met de rol van proactieve professional de volgende. Dat switcht lastig. Maar vooralsnog lukt het wel, wat me ook wel een trots gevoel geeft.


En nu? Het is afwachten. Morgen weer onderwijs, werken, en volgende week gaan we op retraite, dat stond al gepland. Mijn diensten zijn vanaf medio december overgenomen door mijn (zeer steunende!) collega’s. Rond die tijd wordt de operatie verwacht. Ik laat het wel horen als het zover is.

woensdag 18 november 2015

Kutkanker

Taboo or not taboo, that’s the question


Ik had begrepen, en gehoopt, dat er een aardige kans was dat de kanker weg zou blijven. Maar dat is niet gebeurd. Er volgen nog tests, maar ik ga ervan uit dat de eierstokkanker terug is.

Afgelopen zondag voelde Martine bij het vrijen een zwelling aan de achterkant van de vagina. Ik voelde zelf, en er zat inderdaad een aardige stuiterbal, van minstens 5 centimeter, ter hoogte van het Cavum Douglasi.




Vandaag ben ik naar de gynaecoloog geweest. Er blijkt een cyste te zitten, met een dikke wand en veel weefsel. Heel verdacht voor eierstokkanker.
Er is bloed afgenomen, onder andere op de tumormarker CA-125. Als die verhoogd is, moet ik er definitief vanuit gaan dat de kanker terug is.
Op 26 november volgt een PET-CT-scan om te kijken of er nog meer plekken zijn waar de kanker is teruggekomen. Bij zo’n scan geven ze suikers met een radioactief labeltje eraan. Tumorcellen delen sneller en verbruiken dus meer suiker dan de meeste andere cellen. Ze gaan daardoor radioactief oplichten op zo’n scan.
Op 1 december moet ik langs de anestesioloog als voorbereiding op de operatie. De wachttijd daarvoor is ongeveer 4 weken, dus… tegen kerst? Het zal een debulking worden, net als 7 jaar geleden. Dat is een grote operatie waarbij mijn gynaecoloog alle tumorweefsel weg probeert te halen wat weg te halen is. Ook zullen er her en der stukjes weefsel weggehaald worden om te onderzoeken op uitzaaiingen. Mijn buik zal van ribbenkast tot schaambeen (wat een raar woord eigenlijk) worden opengemaakt en de operatie duurt meestal 3 tot 5 uur.

Toen alle ins en outs van de operatie werden besproken werd ik ineens heel verdrietig. Ik zag mezelf weer liggen, 7 jaar geleden, na de operatie. Zo ziek. Ik weet niet of ik ooit in mijn leven zo kwetsbaar ben geweest als toen.

Ik zal een nieuw litteken krijgen. Misschien een stoma. En de kans is echt groot dat er (weer) een stukje van de bovenkant van mijn vagina af zal gaan.
Dat laatste vind ik eigenlijk het ergste. Mijn gynaecoloog (die meestal moeilijke dingen meteen weer ‘goed’ probeert te maken) zei “dan moet je eens met de seksuoloog gaan praten, want het meeste genot zit meer naar de buitenkant. De clitoris is een groot orgaan”. Duh. Alsof het me daarom gaat. Genot heeft veel aspecten en woont echt niet alleen in het lichaam. Of de clitoris.
Vervolgens bleek dat ze dacht dat lesbiennes niets hadden met penetratie. Da’s ook wel wat achterhaald. Ik moet geloof ik maar eens een nascholing op gaan zetten. “De ins en outs van de pot”, zou dat een mooie titel zijn?
Gewoon luisteren naar iemands pijn, en exploreren wat er nu precies zo moeilijk is, het zal haar sterke kant niet worden vrees ik. Gelukkig is ze wel vrolijk en zorgzaam, en doet ze erg haar best. Dat maakt veel goed.

Ik merk dat ik het lastiger vind dan eerder, om over deze dingen te praten. Het feit dat mijn vagina betrokken is… ik voel gêne. En zo blijken er toch nog taboes te bestaan. Ik ga mijn best doen me daar niks van aan te trekken, want ik vind het belangrijk dat ook over dit soort dingen gepraat kan worden. Ze zijn niet minder belangrijk dan andere zaken, waar we vaker over praten, en bepalen zeer de kwaliteit van leven.


Dus: in wat een penibele situatie bevind ik mij, met deze kutkanker!

Weggaan, dat is een beetje sterven*






10e column van Cato Verhoef
Eerder verschenen in: Olijfschrift, september 2015


“Hé”, zei ik tegen Nina. “Hoe is het met Renée?” “Goed hoor”, antwoordde ze, “ze heeft gesolliciteerd bij de crisisdienst.” Ik voelde een steek van jaloezie.

De herinnering aan dat gevoel bleef die avond een beetje bij me. De volgende ochtend werd ik wakker met de gedachte: “zijn er nog andere dingen, waar ik zó’n sterk gevoel bij krijg?”
Ik kon niets verzinnen. Daarna dacht ik: “Moet ik dan niet… maar… met mijn prognose… ik word nooit aangenomen!” En meteen realiseerde ik me: mij wel of niet aannemen? Daar hoef ik niet over na te denken. Die verantwoordelijkheid kan een opleider prima zelf aan.

Mijn besluit was genomen. Ik ging voor de opleiding psychiatrie. Al moest ik ervoor naar het andere eind van het land. Daedalus, geef me mijn vleugels!**

Ik liep een ochtend mee met een vriendin die psychiater is, en wilde het liefst meteen haar werk overnemen. Die middag sprak ik een opleider. Hij zei: “als jij psychiater wilt worden, dan word je het. En dat zeg ik niet tegen iedereen. Maar misschien moet je wel eerst kijken, of je het echt wilt. Of het geen romantische droom is, ingegeven door jaloezie. Waag alvast de overstap maar en zoek een baan als anios psychiatrie”***

Een wijs advies. Ik ging op zoek. Echter, mijn zoektocht stagneerde. Ik werd angstig. Steeds banger om weer ziek te worden en zonder vaste aanstelling in de bijstand te komen. Ik vond dat het geen rol mocht spelen, maar dat deed het wel. Tijdens een meditatieweekend besloot ik niet meer te proberen dit probleem op te lossen. Ik liet het slechts langskomen, en weer gaan. En toen bleek: ik kon geen keuze maken omdat ik onvoldoende wist waarvoor ik koos.****

Ik belde het UWV en mailde mijn gynaeco-oncoloog: wat kon ik verwachten? Het vervelendste scenario van het UWV bleek vrij onprettig. Na een jaar of twee, drie zou ik inderdaad niets meer krijgen en moeten gaan leven op het inkomen van mijn liefje.
Uit het gesprek met mijn dokter bleek dat het alle kanten op kon. Ik kon weer ziek worden, maar dan was de kans groot dat ik weer goed zou reageren op chemo. Nu de tumor zo lang weg was, was het echter ook heel goed mogelijk dat hij weg zou blíjven! Hoewel een deel van mij dit sinds een jaar ook dacht, had ik niet verwacht dit uit de mond van een specialist te horen. Ik besprak met mijn lief wat ze ervan zou vinden, samen leven van haar inkomen. Stel dat ik doodziek zou worden en we het ook nog moesten doen met weinig geld? Ze zei: “het zal moeilijk zijn, maar het zal wel lukken. Ga er maar voor.”

Wat een zegen, zo’n lief. Ik ging op zoek naar een leuke baan als anios.
Maar ik vond hem niet. Want voor die tijd kwam er op een uur treinen een leuke opleidingsplek vrij. Ik had een goed gesprek, was eerlijk over mijn voorgeschiedenis, en de opleiders zagen het wel zitten met mij. Op 1 september begin ik, als aios*** psychiatrie!

Ik heb er heel veel zin in. Het betekent echter ook, dat ik afscheid moet nemen. Van mijn huidige werkplek. Van rollen, van mensen. Van het schrijven van deze column. 

Ik doe veel dingen ‘voor het laatst’. Een bijzonder gevoel, dat ik wel herken. Van die andere, bijzondere, tijd.

Ik neem afscheid van de rol van patiënt, voor nu. Hoogmoed?** Tja. De toekomst zal het leren.


* “Partir, c’est mourir un peu”. Bron: Rondel de I’adieu (1891), Edmond Haraucourt.
** Zie vorige column.
*** A(n)ios: arts (niet) in opleiding tot specialist.
**** Dit doet me denken aan een scene uit ‘Alice in Wonderland’:
“Alice: Would you tell me, please, which way I ought to go from here?
The Cheshire Cat: That depends a good deal on where you want to get to.
Alice: I don’t much care where.
The Cheshire Cat: Then it doesn’t much matter which way you go.
Alice: ...So long as I get somewhere.
The Cheshire Cat: Oh, you’re sure to do that, if only you walk long enough.”